Historiek van de brouwerij

Historiek van de brouwerij

In 1814 vestigde Jan-Baptist Victoor zich als kluizenaar in de bossen van Westvleteren, waar zich destijds al monastieke gemeenschappen gevestigd hadden. De geschiedenis van de Sint-Sixtusabdij begint wanneer enkele monniken van de Franse abdij Mont-des-Cats zich in 1831 bij de kluizenaar voegen.

Naast hun monastieke activiteiten bewerkten de monniken de akkers rond de abdij, maakten ze kaas..., om in hun levensonderhoud te voorzien. Al vrij vroeg werd er op heel kleine schaal ook bier gebrouwen, niet om te verkopen maar voor eigen consumptie. Uit het kasboek van de Sint-Sixtusabdij blijkt dat in juni 1838 de eerste uitgaven werden gedaan voor een brouwerij.

In mei 1839 ontving de abdij de brouwlicentie ondertekend door koning Leopold I op 19 april 1839. Diezelfde maand werd naar alle waarschijnlijkheid al een proefbrouwsel gemaakt. In juni 1839 werd uiteindelijk voor het eerst officieel gebrouwen. Getuige daarvan was de 25,45 Belgische franken die betaald werden voor de rechten van twee bierbrouwsels.

Het eerste brouwzaaltje was ondergebracht in het eerste klooster, waar wellicht later de smidse was. In 1849 bouwden de monniken niet alleen een nieuwe kerk maar ook een tweede klooster.

Omstreeks 1860 bouwde men nog een ruim gebouwencomplex voor o.a. stallen, een gastenhuis, schuren en een tweede brouwerij. Het was nog steeds een kleine huisbrouwerij voor eigen gebruik.

Pas vanaf 1878 verhoogt de productie omdat de herberg In de Vrede een goede omzet draaide. Tussen 1886 en 1896 werd gewerkt aan een derde brouwzaal, die vanaf 1896 volledig operationeel was.

Op 20 maart 1922 vatten de monniken aan met de uitbreiding van de brouwerij. Op 27 oktober 1927 werd voor de eerste maal met stoom gebrouwen in de ‘gemoderniseerde’, vierde brouwzaal. Deze bleef dienstdoen tot 5 januari 1990.

Midden de jaren 70 werden een aantal aanpassingen gedaan aan de maalderij en de brouwzaal. De abdijgemeenschap kocht een moutmolen aan en het mouttransport werd gemechaniseerd. Het open koelschip werd in 1976 vervangen door een gesloten wortkoeler. De gisting in open kuipen, een werkwijze die nog maar heel weinig wordt toegepast, is essentieel voor het esterprofiel van de Trappist Westvleteren. Naast de gistkamer kwam een laboratorium om het brouwproces nauwkeuriger te kunnen volgen.

In 1979 werd een afvullijn in gebruik genomen met een capaciteit van ca. 12.000 flessen per uur.

Een voortdurend streven naar kwaliteitsverbetering met respect voor traditie en milieu.

Bijna anderhalve eeuw nadat het eerste brouwzaaltje in gebruik was genomen, werden de voorbereidingen getroffen om de brouwzaal voor de vijfde maal te vernieuwen. De huidige brouwzaal werd in 1990 in gebruik genomen.

In 1999 werd ter gelegenheid van de opening van het ontmoetingscentrum In De Vrede de donkere Westvleteren 6 vervangen door de Westvleteren Blond, een frissere versie van de vroegere 6.

De nieuwe bottelarij kwam er in 2013. Sinds 2014 worden er twee brouwsels per brouwdag gemaakt. Op het vlak van energieverbruik en manuren betekende dit een flinke besparing. De lagerkelder en de gistkamer werden gemoderniseerd en geautomatiseerd maar omdat de capaciteit niet veranderde, bleef ook de productie ongewijzigd.

In 2016 werd een volledige nieuwe nagisting gebouwd met opslagruimte.


De monniken investeerden eveneens in een nieuwe, grote waterzuiveringsinstallatie. De abdij voorziet sinds kort deels in haar eigen energie dankzij een grote fotovoltaïsche installatie op het dak van de nieuwe waterzuiveringsinstallatie.

Over Abdij Sint-Sixtus vzw

Abdij Sint-Sixtus vzw
Donkerstraat 12
8640 Westvleteren